Hoofdstuk 5 – Deel 1

Vind je dit gedicht mooi?Deel het op Facebook

hildaclaimer

Hoofdstuk 5

‘Hey, gaat het weer?’ vroeg een stem die totaal niet leek op die van Maud.
Hilda opende haar ogen, maar zag weinig anders dan één grote waas. Even dacht ze dat het kwam omdat de klap op haar achterhoofd een flinke was geweest, maar al snel bleek dat haar ogen even de tijd nodig hadden om te wennen aan de grote lampen aan het plafond. Toen haar zicht zich eenmaal had hersteld, zag ze een gezicht dat haar vaag bekend voorkwam. Lange bruine haren, drie kleuren oogschaduw en een hoge paardenstaart met felroze elastiekje omheen, alsof dit jonge meisje eigenhandig probeerde af te dwingen dat de nineties weer voor de deur stonden.
‘Ah, gelukkig. Ik maakte me al even ongerust. Maak je geen zorgen hoor je bent écht niet de eerste die hier flauwvalt’. Het meisje reikte Hilda een hand.
‘Sterker nog, flauwvallen is zo’n beetje het minst gênante dat je hier kan gebeuren. Daarnet kotste een jongen uit een zangduo z’n hele lunch over mijn schoenen heen. Nu gaat de ander toch maar solo. Zo gaat dat. Maar ik mocht uiteraard de kots opruimen’.
Hilda keek naar de hand van het meisje, die er ineens een stuk minder aantrekkelijk uitzag, en besloot toch om zelf maar overeind te krabbelen.
‘Hoi, ik ben Daphne, de productieleider’ stelde het meisje zich voor.
Shit, dacht Hilda, moet ik toch nog een hand geven. Terwijl ze haar hand in die van Daphne drukte en de neiging onderdrukte om er daarna aan te ruiken, herinnerde ze zich plotseling waar ze dit meisje van kende. Ze had bij haar op de universiteit gezeten. Maar zij was toch?
Tja, dood. Hilda keek om zich heen en realiseerde zich dat ze zich niet meer in het restaurant bevond. Ze dacht aan Maud en hoe verschrikkelijk het voor haar moest zijn geweest om haar collega morsdood te zien vallen op een paar nietszeggende restauranttegels, dankzij een lullig plasje Fristi. Toch moest ze ook even grinniken, toen ze in gedachten zag hoe Maud woest achter de morsende kleuter aanrende in het restaurant, simpelweg omdat dat typisch iets was dat Maud zou doen. Dit was Hilda’s derde tripje naar de hemel, maar dit was voor het eerste dat ze de behoefte voelde om direct even terug te keren naar Aarde, om Maud te vertellen dat ze zich geen zorgen hoefde te maken. Dat alles goed was hierboven. Alhoewel, was het allemaal wel zo goed hierboven? Tot nu toe had Hilda de hemel maar een confronterende bedoening gevonden, en was het bovendien een plek geweest die haar al twee keer bruut had afgewezen. Dat was haar zelfs op Tinder nog nooit overkomen.
Hilda en Daphne waren geen vriendinnen geweest op de universiteit, sterker nog, ze hadden elkaar helemaal niet persoonlijk gekend. Toch was ze het 19-jarige meisje nooit vergeten, vooral niet omdat haar dood zo’n indruk had gemaakt. Heel eventjes was Daphne de held van de uni geweest, toen ze had aangekondigd dat ze mee zou gaan doen aan een nieuwe talentenjacht op een grote commerciële zender. Binnen een dag na de uitzending veranderde ze echter van een held in de dorpsgek, nadat ze tijdens de audities van Idols op nationale televisie La Isla Bonita van Madonna zó vals had gezongen, dat twee van de vier juryleden spontaan wegliepen, en de andere twee niet meer bijkwamen van het lachen. Hilda had niet meegedaan aan de pesterijen en persiflages op de uni, maar ze had zich ook niet geroepen gevoeld om er iets van te zeggen. Daar had ze later enorme spijt van gekregen, want hoewel het niet per definitie haar taak was geweest om er iets tegen te doen, kon ze de gedachte niet onderdrukken dat ze misschien had kunnen voorkomen dat Daphne van het dak van de universiteit sprong.  Het geluid van een 19-jarig meisje dat beton knuffelt was ze overigens nooit meer vergeten, alsof je een kilo kipfilet op het aanrecht laat kletteren.
Heel even had Hilda het gevoel dat ze Daphne haar excuses moest aanbieden, maar besloot dat ze dat niet durfde. Bovendien was het al zó lang geleden. Hilda keek om zich heen. De ruimte waarin ze zich bevond had iets weg van een grote lobby van het hotel, maar een uitgang kon ze niet zien. Het gebrek aan ramen maakte de ruimte donker, hetgeen gecompenseerd moest worden door de grote plafondlampen. Overal waar Hilda keek zag ze mensen die bezig waren, vooral met zichzelf. Er liep een jongen door de ruimte te jongleren, die vervolgens opbotste tegen een meisje dat nét iets minder handig was op haar eenwieler dan ze zelf dacht, en de jongen vervolgens zo hard uitschold dat de drie gezette hoogbejaarde zingende vrouwen in legging verstoord vroegen of het allemaal wat zachter kon. Dit was het circus, dat kón niet anders, dacht Hilda. Ze keek nog even om zich heen of ze misschien ook clows zag – daar was ze allesbehalve fan van – maar tot haar opluchting bleken die vandaag niet aanwezig, al waren er heel wat mensen die zonder het te weten (en vooral ook zonder het te bedoelen) heel erg grappig waren. Er liep een cameraman in het rond, met daarnaast een knappe jongeman met een net iets te hip jasje, die de aanwezigen in de ruimte af en toe wat vragen stelde.
3219 schalde het door de ruimte, en Hilda zag hetzelfde getal op een grote televisie in de ruimte verschijnen.
‘Ha! jij bent aan de beurt,’ zei Daphne en ze pakte Hilda bij haar arm.
‘Aan de beurt? Hoe bedoel je?’ sputterde ze tegen.
‘Nu niet terugkrabbelen he, kom op. Ik weet dat het allemaal heel spannend is, maar je hebt je niet al die tijd voorbereid om vlak voor de eindstreep af te haken,’ antwoordde Daphne streng maar lief.
Hilda had geen idee waar ze het over had, maar tijd om zich te verzetten had ze niet. Daphne was buitengewoon sterk en sleurde Hilda nog net niet met bungelende benen naar de smalle gang die leidde naar een grote deur met een ster erop.
‘Succes meid,’ hoorde ze haar nog net zeggen, voordat ze een donkere ruimte in werd geduwd. ‘Doe je best!’


 Reserveer De zeven hemels van Hilda Hel alvast hier en krijg een naamsvermelding in het boek!

[TheChamp-FB-Comments]

Plaats een reactie

Item toegevoegd aan winkelwagen.
0 items - 0,00